Treurwilg

Gepubliceerd op 29 mei 2019 om 17:59

Treurwilg.

Als ik vroeger vertelde dat ik uit Amsterdam kwam, keken de mensen mij aan met een vraag in de ogen. Vertel de verhalen, laat je Amsterdamse accent de verhalen kleuren zodat we het voor ons kunnen zien. dat we de mensen op straat kunnen zien dansen. Dat we de marktkooplui op de markt kunnen horen die hun verse vis aanprijzen. Vroeger.

Amsterdam was een stad van plezier. Er was vrijheid alom. Ja, Amsterdam was multicultureel, en dat was nooit een probleem. Amsterdam is altijd een smeltkroes van verschillende culturen geweest, maar men ging op in Amsterdam, omdat Amsterdam uitnodigde een Amsterdammer te worden. Vol weemoed denk ik terug aan de rondborstige en met volle billen gezegende buurvrouw op nummer honderdachtendertig. Haar roti rook je door de hele flat heen, en waagde het maar niet om een schaaltje af te wijzen. Iedereen moest eten, en daar zorgde ze desnoods persoonlijk voor. Haar huidskleur? Ja, dat deed niet ter zake. Je hoorde een Caribische klank, maar haar stem zong als een zwoele zomeravond tijdens een zonnige vakantie.

Gebeurde er dan geen rottigheid? Oh jawel. Maar daar waren de ouderen in de buurt voor. Als Morris, of pietje rottigheid uithaalde was er altijd wel een oom of tante, en dat waren natuurlijk niet de echte oom en tante, in de buurt om de orde te herstellen. Ach, je kreeg als kind wel eens een schop onder je reet, maar je wist wel gelijk je plaats. En nadat het ergste rood was verdwenen, speelde je alweer met Morris die je eerst nog een versuffing wilde meppen. Tegen etenstijd hoorde je overal in de straten fluitende vaders of op pannen rammelende moeders. Na het nassen mocht je nog even de straat op totdat de lantaarnpalen aangingen en dan was het klaar en stil.

Nadat ik uit Amsterdam was vertrokken, mijn ouwe kreeg een goede baan aangeboden en daardoor konden we in plaats van een pijpenlaai in een echt huis gaan wonen, kwam ik nog vaak en graag terug in Amsterdam. Je kon er heerlijk uitgaan. Veel kon en mocht, eigenlijk soms wel iets teveel, maar Amsterdam deed niet moeilijk. Amsterdam liet je leven.

Naarmate ik ouder werd, vader en OPA werd, werden mijn bezoeken aan Amsterdam steeds minder. De stad was aan het veranderen, maar dat mocht je ineens niet zeggen, want Amsterdam was nog net als toen. Maar Amsterdam was helemaal niet net als toen. Amsterdam werd overspoelt door mensen die mijn geboortestad, mijn vrije stad wilden veranderen. Ineens mocht je heel veel dingen niet meer zeggen, je mocht niet meer feesten, want daar had men last van. mensen liepen te zeiken, en steeds minder mensen kenden het Bargoens. Amsterdam werd overspoelt door mensen met rare erren, en aardappels in kelen. Mensen met een haat voor hun eigen huidskleur, die vonden dat blanken geen rechten hadden en standaard fout waren. Die alle plezier uit de stad knepen als was het een spons.

Nee, ik herken me niet meer in mijn geboortestad. Alles wat het leven in Amsterdam tot een plezier maakte is kapot, Amsterdam is onbereikbaar, onbetaalbaar en onleefbaar geworden. Ik heb in mijn leven vele malen door het Vondelpark gelopen, en zag daar de diverse bomen groeien en bloeien, ik had een band met ieder boom in dat park. Ooit zal ik nog een laatste bezoek aan Amsterdam brengen en dan zal ik gaan zitten naast de treurwilg die over de eendenvijver hangt, die de tijden nog heeft gekend, dat jonge meiden met blote benen over het gras dweepten, dat jonge mannen krampachtig probeerden de aandacht van die meisjes te vangen, dat Oma's met hun kleinkinderen de eendjes voerden terwijl OPA's al pijp- of sigaren-lurkend de jacht van de jongens op de meiden begluurden, maar waar de eendjes tegenwoordig niet meer mogen worden gevoerd. En even, heel even, zal ik samen met mijn treurwilg wenen om de dood van Amsterdam.

Ik zou zeggen, niet iedere verandering is een vooruitgang, denk aan OPA.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.